Training Leiding geven aan de Opsporing door het Openbaar Ministerie
|
Doelgroep:
|
OPERATIONEEL LEIDINGGEVENDEN – opsporing
|
|
Dominante werkprocessen:
|
STURING
PRODUCTIE
|
Als ‘leider onderzoek’ geeft u als officier van justitie namens het Openbaar Ministerie sturing en richting aan het verloop van een strafrechtelijke onderzoek. In nauwe samenwerking met de teamleiding bent u verantwoordelijk voor het onderzoeksplan en de daarin omschreven onderzoekstrategie. Tegelijkertijd bent u als magistraat belast met de juridische toetsing van de plannen van aanpak waarmee deze onderzoekstrategie operationeel wordt gemaakt.
De opsporingspraktijk kent vele vraagstukken die rechtstreeks met deze bijzondere relatie verband houden. Want het “gezag zonder beheer” kent zo haar eigen dynamiek! Dan is het voor u van groot belang te weten wanneer en op welke momenten optimaal invloed kan worden uitgeoefend op een lopende onderzoeksproces. Want op welke andere manieren dan enkel het juridisch sanctioneren van de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen leidt uw sturing vanuit het O.M. uiteindelijk tot succes? Niet alleen succes in een “ronde zaak”, ook succes in een goede, gezonde en bovenal effectieve samenwerking!
Deze training biedt u tal van handreikingen om aan dit bijzondere samenspel invulling te geven.
De training.
Belangrijke thema’s in het programma zijn:
- de invloed van het O.M. op de onderzoeksopdracht
- het juridisch kader bij de aanvang van het onderzoek op basis van het aanvangs-projectvoorstel
- sturen op faseren van het onderzoek
- omgaan met sturings- en bewijsinformatie
- de rol van het O.M. bij de totstandkoming van de onderzoekstrategie
- het tijdig strafvorderlijk toetsen van het plan van aanpak
- bevorderen van perifeer onderzoek
- interventiemomenten en –technieken voor officier van justitie en parketsecretaris
- rapportagestijlen en –technieken
- invloed op de dossiervorming
- het gebruik van de juiste invloedstijlen
- de Scenariogestuurde BewijsMatrix als werkvorm voor strafvorderlijk ketendenken.
Deze training duurt 3 werkdagen (6 dagdelen). Hebt u bijzondere wensen? Dan zijn aanpassingen daarop mogelijk.
Het resultaat.
Aan het einde van het programma:
- bent u bekend met het verloop en de inrichting van het opsporingsproces en de rol die de zaaksofficier daarbinnen kan en moet spelen
- bestaat er duidelijkheid over de verdeling van de te vervullen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tijdens een uitvoerend onderzoek
- kunt u binnen het opsporingsproces de voor het O.M. essentiële momenten van invloed aangeven en benutten
- bent u in staat om op een constructieve manier inhoud te geven als uw rol als officier van justitie als ‘leider onderzoek’
- weet u op welke wijze een goede spreiding van de aandacht voor het onderzoek tot uitdrukking komt in de samenwerking tussen officier van justitie en parketsecretaris
- hebt u de gelegenheid gehad mogelijke technieken en andersoortige mogelijkheden te toetsen aan uw eigen werkpraktijk.
Voor wie in het bijzonder.
• Officieren van justitie
• Parketsecretarissen
• Teamleiders van opsporingsteams
• Advocaten-generaal
• Rechters-commissarissen in strafzaken.